De kern is dat meer ouderen langer fijn thuis kunnen wonen, in een buurt waar wonen, welzijn en zorg beter op elkaar aansluiten. Zonder verandering schuiven steeds meer mensen door naar zwaardere zorg, zoals intensievere wijkverpleging, ziekenhuiszorg of langdurige zorg. Deltaplan Maastricht- Heuvelland wil die beweging zoveel mogelijk voorkomen, uitstellen of slimmer organiseren.
Waar sturen we op?
Deltaplan Maastricht-Heuvelland stuurt op vier bewegingen die elkaar versterken:
- Zorg slimmer organiseren. In woon- zorgzones wordt zorg dichter bij inwoners georganiseerd, met minder reistijd, betere woningtoegang, wijkpoli’s en kortere lijnen tussen professionals.
- Zorg en ondersteuning voorkomen of uitstellen. Door passende woningen, ontmoeting, reablement, vroegsignalering en duidelijke routes naar hulp kunnen inwoners langer zelfstandig blijven.
- Beschikbare inzet beter benutten. Via onder meer ZorgSpot, vrijwilligers, studenten, flexwerkers en mede- werkers die meer uren willen werken, worden formele en informele hulp beter met elkaar verbonden.
- Mantelzorgers helpen het vol te houden. Mantelzorgers komen eerder in beeld, vinden sneller steun en hoeven minder zelf uit te zoeken.
Wat willen we richting 2028 bereiken?
Deltaplan Maastricht-Heuvelland werkt toe naar concrete resultaten die deze beweging mogelijk maken:
23
Woonzorgzones operationeel
7
Woonzorgzones in ontwikkeling
700
Extra geclusterde zorggeschikte woningen beschikbaar voor toewijzing aan kwetsbare ouderen.
- Meer ouderen met een Wlz-indicatie kunnen zelfstandig of geclusterd wonen in een woonzorgzone.
- Er zijn geen wachtlijsten voor wijkverpleging of casemanagement dementie.
- De wachtlijst voor verpleeghuizen in Maastricht-Heuvelland daalt.
- Jaarlijks worden ziekenhuisopnames voorkomen door betere triage op de huisartsenpost of spoedeisende hulp.
- Er is zicht op de belangrijkste effecten van de aanpak: zorg slimmer organiseren, zorg en ondersteuning voorkomen of uitstellen, beschikbare inzet beter benutten en mantelzorgers helpen het vol te houden.
Hoe volgen we dat?
Uitvoering, onderzoek en monitoring horen bij elkaar. We kijken naar cijfers die laten zien of de beweging op gang komt, zoals inzet van wijkverpleging, Wmo-ondersteuning, huisartsenzorg, ziekenhuisopnames, arbeidsmarkt en ondersteuning van mantelzorgers.
Maar cijfers vertellen niet het hele verhaal. Daarom kijken we ook naar ervaringen uit de praktijk.
Kunnen inwoners langer prettig wonen in hun vertrouwde omgeving? Weten zij beter waar ze terechtkunnen met een vraag? Voelen mantelzorgers zich eerder gezien en beter ondersteund? Kunnen professionals elkaar
sneller vinden? En lukt het partners om minder vanuit losse initiatieven te werken en meer vanuit een gezamenlijke koers?
Meten én leren
Monitoring is meer dan controleren of cijfers gehaald worden. Het gaat ook om leren.
Welke bouwstenen werken? Onder welke voorwaarden? Wat vraagt aanpassing? En hoe kunnen goede voorbeelden sneller breder worden toegepast? Zo ontstaat een combinatie van meten en leren. De monitoring laat zien of de gewenste effecten dichterbij komen, terwijl onderzoek en praktijkervaring helpen om tijdig bij te sturen.